inledning

welkom

 

biografie

 

werk

 

tentoonstelling

 

verkoop schilderijen

landschappen

stadsgezichten

dorpsgezichten

 

contact

Agatha Wilhelmina Zethraeus werd op 23 december 1872 geboren, als derde van zeven kinderen. Haar vader – uit Zweden naar Nederland gekomen - bezat een groothandelsbedrijf en Agatha groeide op in betrekkelijke weelde.
 

Vanaf 1890 volgde Agatha teken- en schilderlessen aan de Dagtekenschool voor de werkende stand.

 

Vanaf 1904 nam zij lessen bij schilders Jan Hanau, Piet van Wijngaerdt, Dirk Nanninga, Cornelis Kuijpers en Piet Mondriaan. Vanaf deze tijd zag ze zichzelf als zelfstandig schilderes. De kritieken op haar werk waren niet slecht.

 

Ze werd lid van de kunstenaarsverenigingen “Arti et Amicitiae” en ”Pictura Veluvensis”. Ze was lange tijd lid van “Sint Lucas” en vanaf de oprichting in 1912 tot haar overlijden is ze lid en later erelid van “De Onafhankelijken”. Haar inkomen uit het schilderen vulde ze aan met het geven van Zweedse les.

 

In 1913 nam Agatha deel aan de belangwekkende tentoonstelling De Vrouw 1813-1913. Thérèse Schwartze, één van de Amsterdamse Joffers, zat in het bestuur. Lizzy Ansingh, een andere Joffer, kocht in 1927 het schilderij Stadstuintje van Agatha aan.

 

De lessen die Agatha volgde bij Piet Mondriaan leidden tot een levenslange vriendschap. Ze correspondeerden met regelmaat en Agatha hielp Mondriaan door zijn tekeningen te kopen. Ze bezocht hem in Parijs in 1928.

 

Vanaf 1929 woonde Agatha aan de Roelof Hartstraat in Amsterdam, waar ze tot haar vertrek naar Zeist in 1959 zal blijven. Ze schilderde veel Amsterdamse stadsgezichten, maar trok er ook regelmatig met vriendinnen en familieleden op uit om de natuur van Nederland of Zweden vast te leggen.
 

In 1960 organiseerde Kunsthandel De Jacobitoren in Utrecht een ere-expositie voor Agatha.
 

Agatha overleed in 1966, op 94-jarige leeftijd. In haar nalatenschap bevond zich, naast een groot aantal eigen werken, ook werk van Piet Mondriaan, waaronder een portret van Agatha dat zich nu in het Nationaal Museet van Stockholm bevindt.